uur en
minuten
TINKEBELL

Tinkebell

TINKEBELL. (1979, Goes) – kunstenaar, schrijver en strateeg – (currently) saving the world. Onderzoekt fricties in onze normen: hoe we ons gedragen, hoe we leven, hoe we met elkaar verbinden; onze positie ten opzichte van dieren, het milieu, de toekomst van ons voedsel, fosfaatproblematiek, (sociale) media, vluchtelingenframes, politiek, de kledingindustrie, multiculturalisme, communicatieproblemen, het verspreiden van (nep)nieuws, alles wat met Fukushima te maken heeft en meer. Heeft al ruim 20 jaar over de hele wereld gewerkt, gepubliceerd en tentoongesteld.

Nummer 2 in

  met

 24 % van de stemmen

De ingenieuze klimopkevercicade

 - Issus coleoptratus

Luister naar De klimopkevercicade

De aimabele klimopkevercicade, Issus coleoptratus, met zijn grote ogen laat op allerlei manieren zien hoe bijzonder insecten kunnen zijn. Zo zijn de jonkies (nimfen) van deze cicaden op hun achterheupen voorzien van tandwielen. Dankzij deze tandwielen zijn de achterpoten tijdens de enorme sprongen die ze maken gekoppeld, en voeren de poten precies dezelfde beweging uit. Zo zorgen ze ervoor dat ze een goed gerichte sprong kunnen maken. Dus tandwielen zijn niet als eerste uitgevonden door mensen; dat is miljoenen jaren geleden al gebeurd door de kevercicaden. Nog iets dat deze nimfen veel eerder hadden dan wij: wc-papier. Maar dan in zo’n vorm dat je het met trots kunt dragen als een versiering aan je kont, ze steken zichzelf de veren in de reet. Hoe dat werkt? De nimfen maken heel fijne naaldjes van was aan hun achterlijfspunt. Die geven de nimf een sierlijk uiterlijk, maar de naaldjes zijn vooral functioneel. Omdat de dieren sap uit de bast drinken, krijgen ze eigenlijk te veel suikers binnen. Deze poepen ze vervolgens weer uit. Alleen geven allemaal suikerdruppels op je kont kans op schimmelinfecties. Daar komen de wasnaaldjes van pas: die hechten zich aan de suikerdruppels en breken met druppel en al af. Luxe wc-papier dus.

De ongeveer 7 mm grote, warmteminnende klimopkevercicade kwam in de vorige eeuw alleen in Limburg voor. Met het warmer worden van het klimaat voelt dit prachtige diertje zich nu ook in de rest van Nederland thuis en is inmiddels vrijwel overal te vinden. Ook veel in tuinen. Vooral als er klimop aanwezig is. Zowel de nimfen als de volwassen cicaden drinken sap van houtige planten, en hebben daarbij een voorkeur voor klimop. Vooral in de winter, want dan heeft klimop nog blad terwijl de meeste bomen en struiken geen blad meer hebben en hun sapstromen zijn opgedroogd. Het zijn de nimfen die overwinteren, gewoon op hun waardplant. Tegen mei worden ze volwassen en leven door tot de winter invalt.

De mannetjes van de klimopkevercicade maken zoals alle cicaden een geluid. Alleen is dat niet zo hard als dat van de zangcicaden die we kennen uit het Middellandse Zeegebied. Met een elastisch orgaantje in het achterlijf kunnen ze klakken, wat vibraties veroorzaakt. Die geluidstrillingen worden via de poten doorgegeven door de plant waar de cicade op zit. Versterkt klinkt dat als een roffel op een trommel. De vrouwtjes antwoorden op de roffel met een korter, iets lager, bijna snorrend geluid: kom me maar halen. De twee kunnen elkaar vinden door op elkaars geluid af te gaan.